Interview met Dana Smit
25-08-2026
Voordat Dana Smit thrillers schreef, werkte ze als rechercheur bij de politie in Londen. Die ervaring neemt ze mee in haar boeken, waarin realistisch politiewerk en de psychologie achter misdaad een belangrijke rol spelen. In haar nieuwste thriller Wat we vergeten keert rechercheur Kaia Schouten terug naar een zaak die haar jaren geleden niet losliet. We spraken Dana over haar tijd bij de Londense politie, haar schrijfproces en de totstandkoming van Wat we vergeten.
Hoe komt je werk als rechercheur terug in je thrillers?
Toen ik begon bij de politie in Londen, wist ik eigenlijk niet wat ik moest verwachten: mijn beeld van rechercheur zijn kwam vooral van televisie en uit boeken, en ik wilde graag mensen helpen. Gaandeweg ontdekte ik hoe groot het verschil is tussen de realiteit van politiewerk en wat we in tv-series zien. Door werkdruk, personeels- en budgettekorten en regelgeving is het bijvoorbeeld heel ingewikkeld om een politieonderzoek tot een rechtszaak te brengen.
Ik merkte dat er veel misverstanden zijn over het werk en daarom probeer ik in mijn thrillers weer te geven hoe het er écht aan toegaat. Ook belicht ik graag de emotionele kant, van daders en slachtoffers tot de rechercheurs zelf. Ik heb al die kanten van de mensheid tijdens mijn werk van dichtbij gezien.
Hoe ziet jouw schrijfproces eruit?
Ik begin met de vraag: waar wil ik dat dit boek om draait? Dat is niet per se de verhaallijn, maar het algemene thema. Voor Wat we vergeten wilde ik bijvoorbeeld laten zien hoe ingewikkeld sommige zaken kunnen zijn. Je kunt als rechercheur weten dat iemand schuldig is, maar dat betekent vanwege de bewijslast niet automatisch dat er een rechtszaak komt. Ook wilde ik de psychologische kant van bepaalde misdaden belichten.
Daarna denk ik na over mijn hoofdpersoon, de misdaad en een heel grove verhaallijn. Vervolgens begin ik eigenlijk op de bonnefooi met schrijven. Later werk ik het plot specifieker uit, maar eerst wil ik voelen waar het verhaal en de personages uit zichzelf naartoe bewegen. Het stadium waarin alles nog kan, is mijn favoriete moment van het schrijven van een boek.
Wat maakt Kaia zo interessant om over te schrijven?
Kaia heeft een compleet ander leven dan ik gehad, behalve dan dat ze als Nederlandse bij de Londense politie heeft gewerkt, haha. Dat maakte het heel interessant om in haar huid te kruipen. Ze heeft veel meegemaakt en bepaalde beslissingen die ze neemt, zijn ingegeven door haar verleden.
Ik speel daarbij graag met de vraag: wat is een reden en wat is een excuus voor bepaald gedrag? Dat je iets kunt uitleggen, betekent niet dat je het goedpraat, maar je kunt vaak wel begrijpen waaróm iemand iets heeft gedaan. Je staat aan Kaia’s kant, maar ze heeft ook fouten gemaakt. Die menselijkheid vind ik heel interessant om te onderzoeken.
Waarom speelt psychologie zo’n belangrijke rol in Wat we vergeten?
Ik houd ontzettend van thrillers, omdat het een mooi medium is om bepaalde kwesties of dilemma’s te bespreken zonder dat het een zwaar non-fictieboek wordt. Tijdens mijn werk bij de politie merkte ik bijvoorbeeld hoe vaak trauma deel uitmaakt van een misdaad. Bij slachtoffers kan sprake zijn van herhaald slachtofferschap en bij daders kan trauma uit hun verleden een rol spelen.
Zo leerde ik dat je misdaad en psychologie eigenlijk niet los van elkaar kunt zien. Dat beschrijf ik ook in mijn thrillers. Het maakt het voor mij echter, want achter misdaad zit vaak een – zij het verknipte – psychologische motivatie.
Waarin wilde je jezelf met Wat we vergeten uitdagen?
In mijn vorige boeken leek het hoofdpersonage best wel op mij. In dit boek wilde ik juist een hoofdpersoon creëren die helemaal niet op mij lijkt. Dat was een uitdaging, maar ook ontzettend bevrijdend. Uiteindelijk is Kaia echt een personage geworden waar ik van ben gaan houden en ik denk dat ik er als schrijver – en mens – veel van heb geleerd.
Dit boek is daarnaast meer gericht op het échte politiewerk: hoe je als rechercheur een zaak op je bord krijgt, hoe het onderzoek verloopt en hoe ingewikkeld dat soms is. Ik wilde de uitdagingen waar ik zelf als rechercheur tegenaan liep in het verhaal verwerken.
Wat vond je het leukste of spannendste om te schrijven?
Het leukste vond ik de dialogen. Ik vind het heerlijk om de personages zó goed te kennen dat ik in mijn hoofd kan afspelen wat ze gaan zeggen, bijna als een scène in een film. Het verschil tussen wat mensen zeggen en écht denken heeft me altijd geïntrigeerd. In zulke scènes kan ik me helemaal verliezen.
Het spannendste vond ik de psychologische aspecten van huiselijk geweld. Ik doe daarvoor zoveel mogelijk onderzoek, onder andere door literatuur en wetenschappelijke onderzoeken te lezen en experts te raadplegen. Ook kon ik voortbouwen op mijn eigen ervaringen als rechercheur en de kennis uit mijn studies. Ik wilde vooral recht doen aan de complexiteit van huiselijk geweld.
Nieuwsgierig geworden?
In deze ijzingwekkende thriller neemt Dana Smit je mee in de wereld van rechercheur Kaia Schouten, waar politiewerk, trauma en schuldgevoel samenkomen. Klik hieronder voor meer informatie over het boek.